Incubator Darwin op het wetenschapspark Universiteit Antwerpen in Niel doet het goed. Een jaar na de opening hebben al twaalf jonge, innovatieve bedrijven die openstaan voor samenwerking met de universiteit er onderdak gevonden. Meer dan de helft van de beschikbare kantoren en laboratoria van Darwin is al ingevuld.

“Dit is een onverhoopt resultaat”, bevestigt Luc Broos, algemeen directeur van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Antwerpen. “Ondernemers appreciëren onze infrastructuur, de ontzorgende diensten zoals onthaal en gebouwbeheer en de expertise vanuit de onderzoeksgroepen aan de Universiteit Antwerpen en de partners die Darwin rond zich heeft verzameld.”

De aanwezige bedrijven zien nog andere voordelen. Zo stelt Mohamed Amrani van Innovative Automotive Services dat kennisintensieve bedrijven qua uitstraling en imago baat hebben bij de huisvesting op een wetenschapspark. Spyro Michalopoulos van Hemplab Institute geeft aan dat de opstart van een bedrijf en uitbouw van een performant labo bijzonder tijdrovend zijn. Hij waardeerde enorm dat hij zich alvast geen zorgen hoefde te maken over de technische uitrusting van zijn labo.

Een andere belangrijke meerwaarde van incubator en wetenschapspark zijn de vele opleidingen en lezingen. “Het wetenschapspark moet een plaats worden waar kennisgedreven bedrijven actief in de sectoren Health, Environment en IT sneller kunnen groeien en betere producten ontwikkelen”, zegt gedeputeerde voor Economie en Innovatie Ludwig Caluwé. “Het voorbije jaar faciliteerde het provinciebestuur al 16 opleidingen over onder meer kapitaalsverwerving, salestechnieken en pitching. Voor 2017 maken we opnieuw een budget vrij van 70.000 euro om vanuit het wetenschapspark innovatieve starters en groeiers te ondersteunen.”

Daarnaast zet Darwin ook in op de creatie van aangename ontmoetingsplaatsen. “Interessante ideeën komen zelden op als je in je eentje achter je bureau zit te kniezen. Darwin opent in het voorjaar dan ook een koffiebar, die een trefpunt zal worden voor ondernemers, onderzoekers en studenten”, besluit Luc Broos.