MECHELEN – In de provincie Antwerpen neemt 1 op 3 werknemers geregeld de fiets om zich naar zijn werkplek te begeven. Daarmee blijft onze provincie de koploper in Vlaanderen als het gaat om fietsen naar het werk. Dat blijkt uit de derde mobiliteitsbarometer van hr-dienstverlener Acerta.

35,2% van de werknemers uit de provincie Antwerpen neemt regelmatig de fiets om naar het werk te rijden. Die opmars van de fiets begon al in 2011. Ook toen al was Antwerpen koploper en dat is zo gebleven. Dat Antwerpen vlak is en dat de gemiddelde afstand woonst-werk er met 16,3 km de op 1 na kortste is van alle provincies, speelt natuurlijk in het voordeel.

Auto blijft nummer 1

Ook al geeft de auto meer en meer terrein prijs, hij blijft veruit op kop liggen. In de provincie Antwerpen ging het percentage van werknemers dat, al dan niet in combinatie met een ander vervoersmiddel, met de auto naar het werk gaat van 75,4% naar 74,6%, een daling met -1,1% tegenover vorig jaar.

Het gebruik van het openbaar vervoer voor de woon-werkverplaatsing bleef de voorbije jaren in de provincie Antwerpen altijd rond de 6% draaien. In 2017 steeg dat naar 6,6 %. “Het blijft een bescheiden resultaat, maar het is toch een opmerkelijke stijging van 8,5% afgelopen jaar”, zegt Sarah Peeters van Acerta. “De realiteit valt zelfs positiever uit. Onze barometer meet namelijk de gegevens van de profit en de social profit, niet van de openbare sector en die laatste vertegenwoordigt juist de grootste groep van trein- en busreizigers. Het gebruik van het openbaar vervoer hangt verder ook samen met (de kwaliteit) van het aanbod en dat kan per regio nogal verschillen.”